VERENIGDE CARROUSELCLUBS IN NEDERLAND (V.C.N.)

(onderafdeling van de FNRS)

 

sectie Carrouselrijden der :

Federatie der Nederlandse Rijscholen (FNRS)

gevestigd te Baarn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SECTIE REGLEMENT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

30-01-1984

geamendeerd in februari 1985

herzien in februari 1989

herzien in november 1996

 

 

 



NAAM, ZETEL EN DUUR

 

Artikel SR – 1.

De sectie draagt de naam “Verenigde Carrousel clubs in Nederland” (hierna te noemen VCN), sectie Carrouselrijden der Federatie van Nederlandse rijscholen (hierna te noemen FNRS).

 

Artikel SR – 2.

a.             De sectie is gevestigd ten kantore van de FNRS te Baarn.

b.            Zij is opgericht op 11 februari 1980 en aangegaan voor onbepaalde duur.

c.             Het verenigingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

 

VERHOUDING TOT DE FNRS

 

Artikel SR – 3.

De verhouding tot de FNRS en verantwoording hieraan zijn vastgelegd in de statuten van de FNRS (deze statuten zijn gedeponeerd in het Verenigings Register van de K.v.K. voor Eemland te Amersfoort).

 

DOEL

 

Artikel SR – 4.

1.             De VCN heeft ten doel het klassieke car-rouselrijden met paarden en pony’s te doen beoefenen, te verbeteren en te propageren in de ruimste zin des woords.

2.             De VCN tracht dit doel te bereiken door :

a.             het organiseren van één of meer jaarlijkse ontmoetingen van carrouselclubs in wedstrijdverband, waarvan één wedstrijd de titel “Nationaal Kampioenschap Carrouselrijden” draagt. (zie ook wedstrijdreglement)

b.            het organiseren van oefenbijeenkomsten

c.             het geven van voorlichting en instructie

d.            het opleiden van juryleden.

 

LEDEN, DONATEURS, SPONSORS EN STEMRECHT

 

Artikel SR - %.

Het lidmaatschap staat open voor Carrouselgroepen die rijden in maneges welke lid zijn van de FNRS. Ieder lid heeft één stem.

Slechts bij schriftelijke volmacht kan een lid een ander lid vertegenwoordigen.

 

Artikel SR- 6.

Het donateurschap van de VCN staat open voor personen of bedrijven, al dan niet lid van de FNRS. Donateurs hebben geen stemrecht.

 

Artikel SR- 7.

De VCN  kan gebruik maken van sponsoring. Belangen van sponsors mogen niet strijdig zijn met het algemene belang van de VCN/FNRS. Sponsors hebben geen stemrecht.

 

EINDE LIDMAATSCHAP, DONATEURSCHAP EN SPONSORSCHAP

 

Artikel SR – 8.

Het lidmaatschap van de VCN eindigt :

a.             door bedanken voor het lidmaatschap;

b.            wegens wangedrag of ophouden van de verplichtingen vervat in dit reglement.

c.             door beëindiging lidmaatschap FNRS.

 

Artikel SR – 9.

Het donateurschap eindigt :

a.             door bedanken voor het donateurschap;

b.            wegens wangedrag of ophouden van de verplichtingen vervat in dit reglement.

 

Artikel SR – 10.

Het sponsorschap eindigt :

a.             door bedanken voor het sponsorschap;

b.            wegens wangedrag of ophouden van de verplichtingen vervat in dit reglement.

 

FINANCIËN

 

Artikel SR – 11.

De financiën bestaan uit :

a.                contributie.

                Leden betalen contributie per verenigingsjaar tot wederopzegging. De hoogte hiervan wordt jaarlijks voor het lopende verenigingsjaar vastgesteld door de ledenvergadering met meerderheid van stemmen der aanwezige leden;

b.                inschrijfgeld voor deelname aan de door de VCN te organiseren wedstrijden.

                Leden betalen inschrijfgeld aan de VCN bij deelname aan de door de VCN georganiseerde wedstrijden. De hoogte hiervan wordt vastgesteld op dezelfde wijze als de hoogte van de contributie.

c.             donaties, sponsorgelden en andere wettige middelen.

                Donateurs en sponsors betalen donaties c.q. sponsorgelden. De hoogte hiervan is niet aan een minimum of maximum bedrag verbonden.

 

BESTUUR

 

Artikel SR – 12.

Het bestuurslidmaatschap staat open voor :

a.                vertegenwoordigers van VCN-leden;

b.            anderen dan vermeld in sub a.

 

Artikel SR – 13

a.             Het bestuur staat uit een voorzitter, een secretaris en een penningmeester; voorts uit zoveel leden als voor het goed functioneren der sectie noodzakelijk wordt geacht.

b.       b.       Ieder bestuurslid kan terstond voor onbepaalde tijd een ander bestuurslid in functie vervangen.

 

c.                             Bestuursbesluiten worden genomen met meerderheid van stemmen.

d.            Het bestuur verandert zo vaak als nodig is voor de uitoefening van haar functie.

e.             De voorzitter van de VCN vertegenwoordigt de VCN in de ledenvergadering en indien gewenst in bestuursvergaderingen van de FNRS.

 

Artikel SR – 14.

a.             Een bestuurslid wordt gekozen voor een periode van 3 jaar en kan zich vervolgens terstond herkiesbaar stellen.

b.            In onderling overleg stellen de bestuursleden een rooster van aftreden op.

c.             Namen van kandidaten voor bestuursfuncties – anders dan op voordracht van het bestuur – kunnen 8 dagen voor de vergadering waarin een bestuursverkiezing plaatsvindt, vergezeld van 4 handtekeningen van stemgerechtigde leden en een akkoord verklaring van de kandidaat, bij het secretariaat worden ingediend.

 

VERGADERINGEN

 

Artikel SR – 15.

Het bestuur roept jaarlijks voor 1 april een ledenvergadering bijeen.

Hierin dient ondermeer aan de orde te komen :

a.             notulen van de vorige vergadering;

b.            verslag over het afgelopen jaar;

c.             het financieel jaarverslag en het vast stellen van de nieuwe begroting;

d.            verslag van de kascommissie;

e.             decharge van de penningmeester;

f.                 bestuursbenoemingen;

g.                benoeming nieuw(e) kascommissielid (leden) etc.

                Één lid van de kascommissie is een vertegenwoordiger van de VCN-leden en het tweede lid van deze commissie is de penningmeester van de FNRS.

 

 

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP

 

Artikel SR – 16.

Het bestuurslidmaatschap eindigt door :

a.             het niet herkiesbaar zijn c.q. niet herkozen worden

b.            door tussentijds bedanken van het bestuurslid. Het bestuur stelt dan in diens plaats een kandidaat voor.

                Tegenkandidaten kunnen gesteld worden volgens de procedure genoemd in artikel SR – 14. Het dan gekozen bestuurslid treedt in het rooster van aftreden van degenen wiens of wier plaats hij heeft ingenomen;

 

WEDSTRIJDEN

 

Artikel SR – 17.

De VCN kent de navolgende wedstrijden :

a.             Het Nationaal Kampioenschap Carrouselrijden. Uitsluitend voor dit kampioenschap geldt een poule-indeling, nader genoemd in het wedstrijdreglement;

b.                Wedstrijden, georganiseerd door het bestuur van de VCN;

c.                Wedstrijden, georganiseerd door leden onderling;

d.                Wedstrijden met carrouselclubs uit het buitenland.

 

WIJZINGEN REGLEMENTEN

 

Artikel SR – 18.

Wijzigingen in het sectiereglement wordt op voorstel van het bestuur of de leden aangenomen door de ledenvergadering met meerderheid van de aanwezige stemmen. Deze wijzigingsvoorstellen dienen voor de betreffende vergadering geagendeerd te zijn. Het alsdan gewijzigde sectiereglement behoeft opnieuw de goedkeuring van het FNRS-bestuur.

 

ONTBINDING

 

Artikel SR – 19.

Het voorstel tot ontbinding van de VCN kan aan het FRNS-bestuur worden ingediend na een besluit van de algemene ledenvergadering van de VCN.

Hiertoe is een meerderheid van twee/derde van stemmen van alle leden benodigd. Wanneer minder dan twee/derde van de stemmen van alle leden voor is, dan is het voorstel verworpen.

 

Wanneer deze twee/derde meerderheid van de stemmen niet gehaald wordt omdat niet alle leden aanwezig zijn, dan wordt binnen vier weken een tweede vergadering bijeen geroepen, waar het voorstel tot ontbinding opnieuw in stemming wordt gebracht. Het voorstel kan dan alsnog worden aangenomen met een twee/derde meerderheid van de stemmen van de dan aanwezige c.q. gemachtigde leden.

 

De uiteindelijke beslissing tot ontbinding berust bij het FNRS-bestuur.

Het batig saldo vervalt, na vereffening, aan de leden die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid waren, of aan een door de algemene ledenvergadering van de V.C.N. te bepalen fonds of instelling, mits dit onderwerp opgenomen was op de agenda van de vergadering.

 

 

 

 

WEDSTRIJDREGLEMENT

 

 


WEDSTRIJDEN

 

Artikel WR – 1.

Aan de VCN-wedstrijden kunnen deelnemen :

a.             leden van de VCN;

b.            clubs die aangesloten zijn of onder instructie oefenen van FNRS goedgekeurde bedrijven en goedkeuring hebben van het bestuur van de VCN;

 

De aanvraag- en goedkeuringsprocedure voor de wedstrijden genoemd in punt SR – 17 c van het sectie-reglement wordt nader geregeld in artikel WR – 11. Neemt een VCN-lid, zonder daartoe gerechtigd te zijn, deel aan een wedstrijd carrouselrijden dan is de sanctie daarop voor één keer uitgesloten worden van deelname aan het Nationaal Kampioenschap Carrouselrijden. Het bestuur zal deze sanctie zo snel als praktisch mogelijk is ten uitvoer leggen. De uitsluiting brengt overeenkomstig artikel WR – 5 het jaar daarop plaatsing in een lagere poule met zich mee.

 

NATIONAAL KAMPIOENSCHAP CARROUSELRIJDEN

 

Artikel WR – 2.

Voor de organisatie van het Nationaal Kampioenschap Carrouselrijden wordt een comité gevormd dat bestaat uit :

-                 tenminste 2 VCN bestuursleden

-              een of meer afgevaardigden van het

                lid/de manege waar het kampioenschap plaatsvindt of diens afgevaardigde.

 

Artikel WR – 3.

Voor de organisatie van het Nationaal Kampioenschap Carrouselrijden vindt een verdeling van financiën plaats, waarbij de inschrijfgelden aan de organiserende leden te goede komen. Dit ter bestrijding van de kosten van de te organiseren wedstrijden. Verdeling hiervan wordt in overleg met het VCN-bestuur vastgesteld. De door het VCN-bestuur gemaakte kosten worden in overleg met het organiserend comité en penningmeester bestreden uit contributies, donaties en sponsorgelden. Sponsorbelangen mogen niet concurrerend zijn.

 

Artikel WR – 4.

Het Nationaal Kampioenschap Carrouselrijden wordt verreden volgens een poulesysteem. Uitgangspunt is de klassering zoals deze tot stand kwam in 1983. Per poule nemen maximaal 10 clubs deel. De twee laagst geplaatsten van elke poule degraderen naar een lager geklasseerde poule, tenzij er één of meer startgerechtigden niet starten (zie artikel WR – 24). De twee hoogst geplaatsten van iedere poule promoveren. Indien er meer dan twee clubs uit een hoger geklasseerde poule verdwijnen, ten gevolge van niet starten, dan promoveert de derde geplaatste enz. eveneens. De A poule is de hoogste poule.

De winnaar van de A-Poule is Nationaal Kampioen Carrouselrijden. In de laagste poule kunnen meer of minder dan 10 clubs starten. In overleg met de leden kunnen met betrekking tot deze poule andere regelen worden vastgesteld.

 

Artikel WR – 5.

Wanneer een carrouselclub om enigerlei reden een jaar niet kan starten in het Nationaal Kampioenschap Carrouselrijden, waarin deze groep het voorgaande jaar deelnam, start hij het daar- opvolgende jaar in een lagere poule. Start de groep twee of meer achtereenvolgende jaren niet, dan volgt strafplaatsing in de laagste poule. Overige soorten wedstrijden kennen geen poule-indeling.

 

Artikel WR – 6.

Voor paarden- en pony carrouselclubs gelden in principe dezelfde regels. Pony’s en paarden kunnen nimmer in dezelfde poule uitkomen, noch gemend deelnemen in een poule.

 

Artikel WR – 7.

Juryleden :

a.             Bij VCN-Kampioenschappen zal de jury bestaan uit tenminste twee en ten hoogste drie personen, die volgens de juryledenlijst der VCN als terzake kundig zijn erkend en die onafhankelijk van elkaar een protocol zullen uitbrengen. Tevens wordt een onpartijdige, terzake kundige functionaris aangewezen die het recht heeft voor de aanvang van de wedstrijden waar nodig de stokmaat van pony’s en paarden te meten en te noteren, tenzij een bij de pony behorend door de basisorganisaties uitgegeven geldig meetbewijs aan de meter kan worden getoond. De maximaal toegestane hoogte van een D-pony is 148 cm stokmaat.

b.            Jury-leden tevens commandant, instructeur en of manegehouder wier groep(en) in enigerlei poule c.q. wedstrijd meerijden, mogen daar niet als jury fungeren.

c.             Aan ieder juy-lid kan bij het Nationaal Kampioenschap Carrouselrijden niet meer dan één aspirant jurylid worden toegevoegd, wiens beoordeling geen invloed heeft op de beoordeling van de jury-leden.

Deze toevoeging wordt derhalve beschouwd als een stage-jureren.

d.            Bij het Nationaal Kampioenschap Carrouselrijden en overige officiële VCN-wedstrijden (artikel 19, lid b) wordt de jury aangewezen door het bestuur van de VCN. Ditzelfde geldt voor de aspiranten.

e.             Voor de beoordeling van het schoonste geheel zal bij het Nationaal Kampioenschap Carrouselrijden een aparte VCN-jury worden aangewezen.

 

Artikel WR – 8.

Bij het Nationaal Kampioenschap Carrouselrijden en andere officiële wedstrijden is een FNRS/NHS afgevaardigde aanwezig. In alle gevallen waarin het VCN-reglement niet voorziet wordt het NHS-reglement gehanteerd, met name voor wat betreft het indienen van protesten en het oplossen van geschillen. Het bestuur van de VCN is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van de bovengenoemde afgevaardigde. De afgevaardigde beslist in alle gevallen waarin niet door de reglementen is voorzien. Van alle wedstrijdprotocollen, manoeuvres e.a. ter zake doende formulieren zullen kopieën worden gemaakt, die op het secretariaat van de VCN worden bewaard. Ingeval van (een) gemaakte telfout(en) kan een carrouselclub binnen 2 x 24 uur na de wedstrijddag een protest indienen. Indien noodzakelijk zal de uitslag dan door het bestuur van de VCN worden gewijzigd.

 

FORMULIEREN

 

Artikel WR – 9.

Bij alle wedstrijden wordt gewerkt met een standaardformulier voor manoeuvres en protocollen, verkrijgbaar bij het secretariaat.

 

Artikel WR – 10.

De manoeuvre dient uit 20 onderdelen te bestaan en wordt beoordeeld op de navolgende punten :

a.             2 x inhoud (opbouw en zwaarte der manoeuvre en de wijze waarop deze wordt gereden);

b.            1 x artistiek (creativiteit van de manoeuvre);

c.             4 x de uitvoering (mate van correctheid waarmee de figuren worden gereden);

d.            1 x muziek

e.             2 x algemene indruk (verzorging van het geheel).

Voor tijdsover- c.q. –onderschrijding zal per begonnen minuut 0,1 punt worden afgetrokken van het netto resultaat van het gemiddeld aantal punten van de jury-leden. De tijd loopt van begingroet tot eindgroet aan de voorzitter van de jury. Deze verricht de tijdwaarneming. De rijkunst der ruiters individueel staat niet ter beoordeling.

 

Artikel WR – 11

Onderlinge wedstrijden worden georganiseerd door VCN-leden. Wedstrijddata worden bepaald in overleg met het VCN-secretariaat. De organisatoren wijzen, in overleg met het VCN-secretariaat, de juryleden aan. De wedstrijddata worden opgenomen op de VCN-wedstrijdkalender.

Om duidelijkheid te scheppen of de carrouselwedstrijd een door de VCN goedgekeurde wedstrijd is, zal de organiserende vereniging  tenminste drie weken van te voren een vraagprogramma naar het VCN-secretariaat sturen. Het VCN-secretariaat zal beoordelen of de wedstrijd een VCN-wedstrijd is, georganiseerd door een VCN-club. Tevens dient de organisator een afschrift van de deelnemerslijst aan het VCN-secretariaat te zenden, zodat kan worden gecontroleerd of de ingeschreven clubs ook inderdaad lid van de VCN zijn. Wel kan worden toegestaan dat andere carrouselclubs conform artikel WR – 1 van dit wedstrijdreglement (zoals FNRS-aspirant VCN-leden) ter kennismaking aan een onderlinge wedstrijd deelnemen. Mocht de organiserende vereniging alsnog niet-leden als deelnemer accepteren, dan zal deze vereniging worden uitgesloten van de eerstvolgende kampioenschappen.

 

AANVULLENDE BEPALINGEN

 

Artikel WR – 12.

Voor alle VCN-wedstrijden gelden voorts nog de navolgende bepalingen (zie ook wedstrijdbepaling in bijlage A)

a.             Een carrouselclub bestaat uit 12 of 16 deelnemers;

b.                Deelnemers in pony-carrouselwedstrijden mogen in het jaar dat zij 18 jaar worden nog deelnemen aan de pony-carrouselwedstrijden (zie reglement basiswedstrijd-sportorganisaties). De leeftijd van deelnemers in paarden-carrouselwedstrijden mag op de dag van de wedstrijd niet lager zijn dan 12 jaar.

c.             De manoeuvre zal klassiek van inhoud moeten zijn en een stap-, draf-, en galop-reprise moeten bevatten, op de linker- en rechterhand;

d.                Gerekend van groet tot groet aan de voorzitter van de jury bij C, is de duur van een manoeuvre minimaal 10 en maximaal 15 minuten;

e.             De onderdelen die na de aanvang van de tijdsoverschrijding worden gereden worden wel in de jury-beoordeling meegenomen. Ook vindt er beoordeling plaats van dat deel van de manoeuvre dat nog na het afgroeten van de voorzitter van de jury mag worden gereden;

f.             De manoeuvre moet worden gecommandeerd, terwijl het de commandant is toege- staan dat te doen :

                -                vanuit de rijbaan;

                -                te paard zonder aan de manoeuvre deel te nemen;

-                      vanaf de tribune;

Tijdens het commanderen van de manoeuvre is de commandant gekleed in correcte rijkleding.

g.            De commandant mag gedurende de manoeuvre aanwijzingen geven die de uitvoering van de manoeuvre ten goede komen;

h.            De manoeuvres worden in de Nederlandse taal opgestuurd naar het VCN-secretariaat. Wordt de manoeuvre in het Frans gecommandeerd, dan dient dit op de op te sturen manoeuvre vermeld te staan;

i.              De muziek waarop de manoeuvre wordt uitgevoerd, zal via band- of plaat ten gehore worden gebracht;

j.              De carrouselclub van het organiserende lid zal in alle wedstrijden als eerste starten. De overige startvolgorde wordt in onderling overleg door het bestuur bepaald. De start-volgorde en vermoedelijke starttijd zullen tenminste één week voor de wedstrijddatum worden bekend gemaakt;

k.                Manoeuvre-formulieren dienen 3 weken te voren te worden ingeleverd bij het VCN secretariaat, wanneer het officiële VCN-wedstrijden betreft.

                Bij onderlinge wedstrijden kan dit in overleg vanuit de organiserende manege worden geregeld.

l.                Deelnemers die door overmacht niet over voldoende paarden/pony’s kunnen beschikken, mogen gebruik maken van  paarden/pony’s van een der andere deelnemers, zulks in onderling overleg te regelen;

m.            Bij alle soorten wedstrijden dienen de commandanten de gelegenheid te hebben op een aparte plaats de verrichtingen van de overige deelnemers te kunnen volgen;

n.            De wedstrijden in de A/B en C/D etc. poule dienen te worden verreden in een 20 x 40 meter rijbaan;

o.            Het is de deelnemende verenigingen toegestaan een sponsornaam te voeren, doch deze naam mag niet strijdig zijn met één der VCN-hoofdsponsors. Sponsoringen moeten voldoen aan de normen zoals daartoe gesteld in het betreffende NHS-reglement. Het voeren van een sponsornaam dient tijdig tevoren aan het VCN-bestuur te worden vermeld.

p.                Startgerechtigd zijn alleen die paarden en pony’s waarvoor, voor aanvang van een wedstrijd het entingsbewijs aan de daarvoor  verantwoordelijke persoon (bij officiële wedstrijden is dat de secretaris van het VCN) getoond is.

 

  

 

VCN CARROUSELRIJDEN

 

Voor beginners en oude rotten om de puntjes op de i te zetten, de richtlijnen van de VCN over carrouselrijden.

 

Volgens de Winkler Prins is carrousel :

- “Carrousel of carrouselrijden was een onder Hendrik IV en Lodewijk VII uit Italië naar Frankrijk overgebracht ridderspel, dat in het begin van de 18e eeuw nog aan de meeste Europese hoven in gebruik was en de Middeleeuwse toernooien verving. De kleding was in de regel dezelfde als bij de toernooien, de spelen waren van verschillende aard”.

 

Het carrouselrijden begon in de middeleeuwen tot begin 18e eeuw. Keizerin Eugenie van Oostenrijk heeft de eerste Carrouseluitvoering gegeven aan haar Hof, op de plaats waar nu nog steeds de Spanische Hofreitschule gevestigd is in de Hofbrug te Wenen.

 

Na enige tijd van belangstelling ontdaan te zijn geweest te zijn, kwam het carrouselrijden weer in Nederland in gebruik aan het begin van deze 20e eeuw. Tot de W.O.-II werden er ook wedstrijden gereden, tijdens en na de W.O.-II bestond er geen belangstelling en/of mogelijkheid.

 

In de jaren vijftig werd er weer een start gemaakt, in de jaren zestig reden drie groepen hun eerste wedstrijden tegen elkaar : de Rotterdamse, Arnhemse en Amsterdamse maneges. De ochtend werd gebruikt door de drie groepen,  ’s middags na een gezamenlijke lunch werd een buitenrit gereden in de bossen waarbij dus 51 ruiters en amazones deel namen.

 

 

Wedstrijden :

Een carrouselgroep bestaat in principe uit 8 amazones en 8 ruiters (of zes en zes) plus een commandant al of niet te paard. Zij rijden hun proeven (manoeuvres geheten) op gepaste, meestal klassieke of populaire muziek.

 

Ook de kleding van de groepen is de klassieke rijkleding, veelal zwarte rijjas, witte rijbroek, zwarte rijlaarzen, witte plastron (jachtdas), witte handschoenen en zwarte hoed/cap/halfhoge hoed. Sporen zijn niet verplicht, maar als één ze nodig heeft, dan dient de hele groep deze te dragen. De commandant draagt altijd sporen.

De commandant is vrij in de keuze van de figuren die gereden worden, de verplichting is slechts aanwezig om de drie tempi : stap, draf en galop zowel linksom als rechtsom te tonen.

De rijkunst van de deelnemers is bij de beoordeling niet van belang, het gaat slechts om de prestatie als groep waarop de beoordeling gegeven wordt.

 

 Beoordelen:

1.                Onderdelen van de manoeuvre:

De proef dient 20 onderdelen te bevatten; indien minder of meer onderdelen in de proef staan opgegeven zal de jury dit corrigeren tot het voorgeschreven aantal onderdelen. Indien twee juryleden aanwezig zijn, zal de voorzitter van de jury (bij C) de wijzigingen toepassen, in overleg met zijn/haar collega.

2.             Duur van de manoeuvre:

De proef dient verreden te worden in een tijdsbestek tussen de 10 en 15 minuten. Bij over- of onderschrijding van de tijdslimiet, wordt 0,1 punt in mindering gebracht op het netto eindresultaat. De tijd loopt van begin-groet tot eind-groet aan de voorzitter van de jury. Deze verricht de tijdwaarneming.

3.                Juryleden:

Ten minste twee juryleden beoordelen de manoeuvres vanaf verschillende plaatsen bij de rijbaan. De voorzitter van de jury zit bij C. Het schoonste geheel (prix d’elegance) wordt door een apart jurylid beoordeeld.

4.                Berekeningsresultaat:

1.        Per onderdeel (uitvoering) krijgt de groep een cijfer. Het totaal van de cijfers wordt gedeeld door 20; zo verkrijgt men de beoordeling voor de uitvoering welk met vier vermenigvuldigt wordt.

2.        Dan wordt een cijfer gegeven voor de inhoud (zwaarte) van de proef met een vermenigvuldigingsfactor van 2.

3.        Tenslotte een cijfer voor de algehele indruk (o.a. kleding, uniformiteit, muziekkeuze, etc.) eveneens met een vermenigvuldingsfactor van 2.

4.        Ook voor muziek wordt een (enkelvoudig) cijfer gegeven.

5.        Evenals voor het hoofdstuk artistiek wordt een enkelvoudig cijfer toegekend.

De uitkomsten van de onder 4.1 t/m 4.5 genoemde onderdelen worden getotaliseerd. Op deze wijze berekend kan men een eindcijfer verkrijgen tot zelfs drie cijfers achter de komma. Uiteraard wint de groep met het hoogste eindcijfer.

5.                Becijferen:

De cijfers lopen van 10 tot 0. Uitgangspunt is dat een 6 een voldoende is. De cijfers onder zes dient men te reserveren voor grove fouten of slordigheden, zoals figuren welke mislukken of voortdurend ongelijke afstanden (distances) of slecht gericht zijn (direction)

                Strafpunten:

1.        Indien een manoeuvre mislukt en wordt stopgezet door overmacht of invloeden van buitenaf (bijvoorbeeld: hagel op manegedak, een hevig onweer, hondje in de rijbaan, etc.) dan wordt de beoordeling hierover niet negatief beïnvloed en wordt de tijd stopgezet.

2.        Voor het verlies van hoed of cap worden geen strafpunten gegeven.

3.        Voor een losse bandage of schabrak worden geen strafpunten toegekend; het cijfer algemene indruk in de situatie 6.2 en 6.3 wordt lager en straft zich in tijd.

 

7.             Aantal deelnemers per groep:

Er is in principe geen verschil tussen een groep met 12 of 16 deelnemers. De moeilijkheidsgraad van een manoeuvre met 16 kan hoger liggen. Dit kan in de becijfering tot uiting komen.

8.                Wanorde in de manoeuvre:

(bijvoorbeeld door val ruiter en/of paard, waarbij de tijd wordt stilgezet, of fout in de uitvoering van de proef):

Indien tijdens het rijden van de proef het verband volledig verloren gaat, zodat de colonne opnieuw gevormd moet worden, noteert de jury voor het onderbroken figuur een onvoldoende cijfer. De commandant mag de manoeuvre hervatten op het onderdeel voor de calamiteit, doch er vindt er geen herbeoordeling plaats van reeds vertoonde onderdelen (dit straft zichzelf in tijd). Cijfers worden pas weer toegekend na het onderdeel waarin de wanorde plaatsvond.

9.             Enkele algemene opmerkingen:

1.        Vaste martingalen zijn verboden

2.        Sporen of zwepen zijn toegestaan, maar dan voor alle ruiters en amazones van de groep.

3.        De commandant is vrij in de keuze van de plaats om al dan niet met de groep te groeten naar de voorzitter van de jury. In de rijbaan dient de commandant gekleed te zijn in het tenue van de deelnemers. Buiten de rijbaan dient de kleding passend bij de wedstrijdsfeer te zijn.

4.        De groepen dienen altijd de voorzitter van de jury te groeten bij de start en het einde van de manoeuvre; het staat vrij om ook het tweede jurylid, resp. het publiek te groeten.

10.           Totaal beoordeling:

Onder inhoud, algemene indruk, moeilijkheidsgraad, muziek en artistiek worden verstaan :

1.        Inhoud:

Moeilijkheidsgraad manoeuvre – met tweeën, drieën, vieren of met enen verdeling van de rijbaan en bodemgebruik – alle drie gangen op beide handen getoond – originaliteit – choreografie.

2.        Artistiek:

Originaliteit – nooit eerder vertoonde onderdelen in de manoeuvre – vernieuwing (geen plagiaat)

3.       Uitvoering :

Hetgeen per onderdeel in de manoeuvre geboden wordt – het gericht zijn – de afstanden – tempo en regelmaat

4.       Muziek

Muziek die past bij de manoeuvre. Originaliteit in muziek.

5.       Algemene indruk

Uniformiteit – muziekkeuze – tempo en regelmaat – presentatie en verzorging van het geheel.